Kennismaken met Excel

Bij deze lesbrief hoort een vragenblad, dat moet je downloaden (rechts klikken "doel opslaan als") en daarna openen in word

Excel is een spreadsheetprogramma of in het Nederlands een rekenblad. Je gebruikt het om makkelijk dingen te ordenen en uit te rekenen. In de komende 3 lessen ga je met Excel werken. Dat is niet zo vanzelfsprekend: het rekenen met formules is lastig omdat veel dingen (nog) niet behandeld zijn. Verder zijn de meeste leerlingen niet zo geïnteresseerd in boekhouding en rekenproblemen, en juist daarvoor is Excel gemaakt.
Gelukkig heeft Excel meer gebruiksmogelijkheden. We zullen kijken of we het van een andere kant kunnen benaderen.

Hoe moet je deze lesbrief gebruiken?

Welke versie?
Deze lesbrief is geschreven met gebruikmaking van Excel 2000 (en door een juf die meestal gebruik maakt van Gnumeric, een ander spreadsheetprogramma). Dat gaat waarschijnlijk goed, de versies van Excel wijken onderling niet veel af. Toch kan het zijn dat hier dingen in staan die je niet precies zo op je scherm krijgt. Het is altijd goed dat even te melden, dan wordt het bij een volgende versie aangepast. Email: mtielf@hjb-ict.com.
Als je thuis een ander programma gebruikt (Lotus 1-2-3, Quatro Pro, Open Office, Gnumeric..) dan zal het in grote delen wel overeenkomen met wat je hier leest maar m.n. wat betreft formules soms net even anders gaan. Gelukkig is er in alle gevallen een helpfunctie

Excel opstarten
Ga naar Start, Programma's en klik op Microsoft Excel.
Je krijgt dan een leeg werkblad:

werkblad

Als je er even goed naar kijkt zie je een aantal dingen die je herkent van Word, nl de werkbalken. In veel programma's heb je trouwens ongeveer dezelfde type werkbalken. Als je niet meer weet hoe ze precies heten kun je dat in de lesbrief over word nakijken.

Vraag 1:

werkbalk
a Hoe heet deze balk?

werkbalk
b En deze?

De werkbalk daaronder bestaat uit 2 balken of is samengevoegd zoals in het werkblad hierboven.
De namen liggen voor de hand.

Vraag 2:

werkbalk
a Hoe heet deze balk? (tip: op het linker deel staan dezelfde pictogrammen als bij word)

werkbalk
b En deze?

De balk daaronder, deze:

werkbalk

heeft te maken met formules,hij heet dan ook formulebalk. We komen daar later op terug.

Als je goed naar je werkblad kijkt zie je dat je drie bladen hebt, kijk maar links onderaan:

werkbalk

Rijen en Kolommen
Op je werkblad staan allemaal vakjes. Die noemen we cellen. Elke cel kunnen we aanduiden met een naam, gemaakt van een letter en een nummer. Kijk eens goed naar het plaatje hieronder

werkblad

De kolommen (verticaal) hebben een letter. De blauwe kolom heeft de letter C.
De rijen (horizontaal) hebben een nummer. De gele rij is nr. 5.
De cellen worden aangeduid met hun kolomletter en rijnummer. De geselecteerde cel (de groene) heet dus C5.

Vraag 3:

werkblad
  1. Wat is de naam van de rode cel?
  2. En de gele?
  3. En de blauwe?

Selecteren:
Cellen, rijen, kolommen, en groepjes cellen kun je selecteren door er op te klikken. De cel wordt dan dik zwart omlijnt, als je een hele rij selecteert klik je op het rijnummer, als je een kolom wilt selecteren klik je op het kolomnummer. Een groepje cellen selecteer je met een ingedrukte muis.

Opdracht 1:
  1. selecteer D4
  2. selecteer rij 7
  3. selecteer de rechthoek A12, A13, B12, B13

Kopieren, plakken,verwijderen: het werkt allemaal net zoals in Word.
Als je niet meer weet hoe dat moet moet je het nog even in het lesbrief over Word nakijken.

Opdracht 2:
  1. Tik "test" in cel A1
  2. Kopieer de inhoud van cel A1 en plak het in cel D4.
  3. verwijder de inhoud van cel A1 en cel D4

De basiszaken van Excel begrijp je nu. Hoogste tijd om er mee te gaan werken. Een van de dingen waar Excel veel voor gebruikt wordt is het maken van tabellen en roosters. Dat kun je ook in Word doen, je hebt al geleerd hoe dat moet. Excel heeft wel wat voordelen:

Een kalender maken met Excel

We gaan een eenvoudig maandkalendertje maken waarin de dagen van de week en van de maand staan, met voor elke dag een vakje waarin je wat op kan schrijven.
Om het niet te ingewikkeld te maken kun je een vast opgemaakt werkblad downloaden (rechts klikken, "doel opslaan als", openen in Excel). Hoe je zelf een blad moet opmaken leer je in de derde lesbrief leren met excel.

Opdracht 3:
Open het gedownloade werkblad en tik in de eerste rij (waarvan zoals je ziet de kolommen zijn samengevoegd) de maand: oktober.

Opdracht 4:
In de 2e rij komen de dagen van de week:
tik in A2 zondag en in B2 maandag.
Niet verder tikken, we gaan nu profiteren van de voordelen van excel.
Selecteer A2 en B2 en klik je muis rechts onderaan B2, je ziet dan een klein kruisje.

dagen slepen

sleep je muis helemaal naar G2, je ziet dat excel de weekdagen voor je aanvult.

Opdracht 5:
Nu moet je de dagen invullen, begin met de 1 in vak D3, 1 oktober viel immers op een woensdag dit jaar. Tik in vak E3 de 2 en haal dan dezelfde truc uit. Selecteer vak D3 en E3 en sleep tot G3.

dagen slepen

Op de volgende rij moet je weer opnieuw 2 getallen tikken (5 en 6) en weer via selecteren en slepen laten aanvullen.

dagen slepen

Vul zo ook rij 5

Het volgende kan nog sneller:
Selecteer rij 4 en 5, klik (onderaan cel G5) en sleep 2 rijen naar beneden

dagen slepen

Het hele veld is nu gevuld, je moet alleen om het af te maken de dagen die je teveel hebt (oktober heeft 31 dagen) selecteren en verwijderen.


Kennismaken met Excel
Homepage: www.hjb-ict.com/~mtielf
© M. Tiel